Jongerenreis Benin april 2011

Zondag 17 april

Waarnemen en opnemen

Gisterenavond kwam ik aan in Cotonou, popelend om nu eindelijk het echte Afrika te zien. Maar veel meer dan een asfaltweg tot aan ons hotel zag ik niet. Het echte Afrika houdt zich nog even verborgen voor ons.
We zijn hier met een hele hoop, maar wel een toffe hoop.

Vandaag bezochten we nog geen projecten. We reden langs de kustlijn met ons busje en konden aan de chauffeur Sylvestre laten weten als we wilden stoppen om beelden te nemen. We merkten snel dat de mensen hier in Cotonou goed weten dat toeristen gelijk staan aan geld en bijgevolg mag je hier enkel beelden van de mensen maken als je betaalt.

Voor een hele groep mannen en vrouwen die visnetten aan het binnenhalen waren hebben we dat niet gedaan, we hebben enkele stiekeme foto’s van hen genomen totdat ze echt te boos werden.
Een beetje verder betaalden we wel voor beelden van een man die een kokosnoot uit een palmboom haalde. Wat een acrobaat, hij klom erin alsof het niks was!

Onze laatste stop was bij le Temple du python. Ja hoor, je hoort het al: een tempel met zo’n gezellige beesten, genaamd pythons. Het is een voodootempel. Benin is het land van de oorsprong van de voodoo.
Onze gids ging even een huisje binnen en stapte toen vol overtuiging weer buiten met allemaal pythons in zijn handen en wierp er bij iedereen 1 of 2 om te nek. We bleven allen stokstijf staan, maar toch dapper met een python om de hals.

Maandag 18 april

De jeugd van tegenwoordig

Vandaag beginnen we aan het echte werk. We ontmoeten het jongerencomité van Plan Benin, waar we reeds contact mee hebben gehad in België. Een twintigtal jongeren, net als de Plan Youth Board: een geëngageerde, vrolijk bende. We hebben foto’s, filmpjes gemaakt en spelletjes gespeeld. Maar het belangrijkste is dat we ondertussen met elkaar gepraat hebben, elkaar verteld over ons dagelijks leven.

Ik schrok ervan hoe wijs die jongeren waren! Je mag niet vergeten dat wij de gedachten als “jongens zijn gelijk aan meisjes” of “een kind heeft ook een mening” al met de paplepel mee hebben gekregen, en dat zij dat zelf allemaal ontdekt hebben.

Ze vertelden over hun projecten: een sms-waarschuwingssysteem waardoor mensen naar een sms-centrale kunnen smsen als ze iets merken van kinderhandel, ze geven lessen in scholen over geweld op kinderen en de rechten van kinderen en sommigen van hen werken ook mee aan een radioproject. Wekelijks zenden ze 2 keer uit op de lokale radio en doen ze sketches om mensen te sensibiliseren over kinderrechten. Geweldig om te zien hoe de nieuwe generatie zijn stem gebruikt en zijn krachten verzamelt om heel Benin te sensibiliseren!

In de namiddag trokken we verder naar de school van Léontine (een meisje van het comité). Daar gaven ze op dat moment inhaallessen. In Afrika, en zeker bij inhaallessen, had ik de grootste strevers onder de Afrikaanse studenten verwacht. Niets van waar: er lagen sommigen te slapen, anderen lachtten de leerkracht uit, sommigen fluisterden onder elkaar en dan waren er nog enkelen die wilden opletten. Net een klas in België. Met uitzondering dat hun Frans wel op iets trok.

Ik kreeg veel directe vragen van de jongeren: “Wil je mijn vrouw zijn?”, “Mag ik mee naar België?”, “Mag ik dan je camera?”. Ze laten er hier geen gras over groeien. Begrijp me niet verkeerd, er waren ook leerlingen die echt hard werken, zeker de meerderheid. Ze komen vaak een uur te voet naar school om dan 2 uurtjes les te volgen. De leerkrachten zijn vaak niet of slecht opgeleid, er zijn er maar enkele goede. Dat komt omdat ze zo slecht betaald worden. We interviewden enkele leerkrachten, en die zagen het niet echt meer zitten.

Het viel mij hier ook op dat jongens elkaar hier heel veel aanraken. Meisjes ook, maar dat valt niet zo op. Het is hier heel normaal als jongens gearmd rondwandelen of knuffelen.
Enkele meisjes leerden ons typische kinderdansjes en liedjes.  Ik leerde vandaag de gemiddelde Beninese jongere kennen, en dat vond ik heel fijn!

Dinsdag 19 april 2011

Kind en gezin

Eindelijk konden we echt binnenkijken in het leven van een Afrikaans gezin. En dan nog wel een polygaam gezin. De papa heeft 3 vrouwen en 24 kinderen, ze wonen allemaal op dezelfde plek.
Alle kinderen, de vrouwen en de trotse vader stonden ons op te wachten.
We begonnen met enkele interviews met le grand papa en Léontine, en daarna speelden we spelletjes met de kinderen.

In de nieuwe generatie zeggen ze allemaal dat ze later geen polygame familie willen. De vrouwen maken te veel ruzie onderling, het is onhaalbaar om zo veel kinderen te financieren, het versterkt de gelijkheid tussen mannen en vrouwen helemaal niet, ...
De vader gaf zelf ook toe dat hij spijt heeft dat hij een polygame familie is begonnen. Oorspronkelijk was zijn idee dat hij zo goed kon verdienen (zijn kinderen zouden immers helpen bij het meubelmaken), maar hij besefte dat het beter was zijn kinderen naar school te sturen. Hij stuurde dus al zijn 24 kinderen naar school. Gevolg: grote financiële problemen.

Tweede project van de dag: le Centre du promotion sociale, een centrum voor meisjes die mishandeld of uitgehuwelijkt zijn of slachtoffer werden van kinderhandel. Hier leren ze naaien zodat ze beter voor zichzelf kunnen zorgen.
Met de meisjes zelf praten ging moeilijk, hun verleden leek voor hen afgesloten. We praatten wel met de directeur van het centrum. Wat een held! Hij lijkt iedereen te willen helpen, en het lukt hem verbazend goed. Le Centre du Promotion Sociale is een soort van OCMW. Ze helpen er ook mensen met een handicap of aids en ze geven microkredieten en nog veel meer.

Onze volgende stop was bij dezelfde school als gisteren, voor een infosessie rond aids.
Vier leerlingen gaven aan ongeveer 30 andere leerlingen uitleg over de ziekte. Het verbaasde me dat veel leerlingen er al heel wat over wisten.
Toen we de vraag stelden wie er ooit al seks had gehad, merkten we dat er wel nog heel veel schroom bestaat over seksualiteit. Maar ik denk dat dat in een klas in België ook zou zijn.
Toen een meisje een houten penis bovenhaalde en liet zien hoe men een condoom aandoet, barstten de jongens in de zaal in lachen uit.
We hadden onze bedenkingen bij de bereikbaarheid van condooms en of ze wel betaalbaar waren voor jongeren, maar later zagen we langs de weg veel aanwijzingen dat men er condooms verkocht.

Onze laatste halte was bij een gezondheidscentrum waar we een gesprek hadden met een vrouw met HIV. Ze had een kind (zonder aids!) en een man (ook zonder aids). Het gezondheidscentrum leek goed te werken. Natuurlijk verschiet je als je het vergelijkt met de hoge hygiënenormen van het Westen, maar bevallen in dit gezondheidscentrum is sowieso beter dan thuis.
Ziezo, een gevulde maar o zo interessante dag!

Woensdag 20 april 2011

Soyez la bienvenue!

Ons eerste bezoek is bij de burgemeester van Klouékanmé. We maakten grappige promotiefilmpjes met hem. Hij wenste ons veel succes met onze reportage en het spel Trek Je Plan.

Hierna begaven we ons naar een ander gezondheidscentrum, waar we een vrouw interviewden die bijna ging bevallen. Ze was heel tevreden dat ze hier vaccinaties gaven, dat ze hier met begeleiding kan bevallen en dat haar kinderen hier geregistreerd worden.

Ze gaven ons uitleg over de naamgeving van kinderen: een kind dat niet verwacht was wordt ‘Ognaba’ genoemd. Je weet dus dat elke Ognaba die je nu ooit tegenkomt een ongelukje was.
Ze geven de naam pas 8 dagen na de bevalling, want ze weten op voorhand niet of het een jongen of een meisje gaat zijn. Al beweerde de vrouw wel dat de voeten van een zwangere vrouw opzwellen als het een meisje is, maar ik zou daar toch niet zo op betrouwen.

We stopten bij een waterput. Een tiental vrouwen stonden aan te schuiven voor water (waarom kunnen de “sterke” mannen dat niet doen?). Onze sterke man Niko heeft het geprobeerd, hij kon geen pas vooruit zetten. Die vrouwen lopen zo’n 4 km heen en terug voor water, een aantal keer per dag. En daarbovenop zorgen ze ook voor de kinderen én doen ze het huishouden. Waauw!

We bezochten ook een ander Centre du Promotion Sociale, eigenlijk een beetje hetzelfde als gisteren, maar hier leerden ze naast naaien ook haartooi. Catherine, Alice en ik lieten ons haar vlechten. Het deed minder pijn dan ik verwacht had.

Daarna kregen we de mooiste verwelkoming die ik ooit heb meegemaakt: Charles (een lid van het jongerencomité) deed samen met zijn muziekgroepje en dansers een show voor ons. Heel het dorp stond ernaar te kijken. Er waren een groepje van slaginstrumenten die zeker een uur lang hetzelfde, ingewikkelde ritme aangehouden hebben. Charles zong erop. Hij improviseerde veel over onze komst in zijn teksten. De dansers waren echt ongelofelijk. Ze bleven maar gaan, het zweet droop van hun lichamen. Zo’n heel dorp dat samen zingt en danst, het was adembenemend.

Later hebben we Charles zelf vragen kunnen stellen over het sms-waarschuwingssysteem voor kinderhandel, want hij is daar de verantwoordelijke voor. In het dorp van Charles merkten we dat de kinderen naar school gaan, want ze kenden heel veel Franse liedjes en konden een beetje Frans spreken. Maar vooral bij volwassenen is het soms triest om te merken dat ze onderschoold zijn. Zo waren we daarnet in een kruidenierszaakje en betaalden we met met een briefje van 2000 CFA (3 euro) voor iets dat 1600 CFA kostte. De man haalde zijn rekenmachine boven om het uit te rekenen, en dat was dan nog een kruidenier!

We vliegen soms van project naar project, maar dat is niet erg: zo heb ik meer bagage als ik weer naar België ga.



Donderdag 21 april

à la Radio

In het lokale radiostation werden we weer vol enthousiasme en vrolijkheid ontvangen. Allemaal jongeren gekleed in hemden en kleedjes van Plan-stof (ik wil ook zo’n kleedje!) stonden ons op te wachten, er hingen affiches met “Bienvenue Belgique” op.

De jongeren hebben het 2 keer in de week voor het zeggen bij deze radiozender. Ze doen sketches, interviews en acties om mensen te sensibiliseren over kinderrechten.
Ze toonden ons hoe zo’n sketch eruit ziet: dat is een toneeltje over hoe het niet moet. Bijvoorbeeld: een papa die tegen zijn 13-jarige dochter zegt dat hij een man voor haar gevonden heeft. Daarna leggen ze uit waarom het niet goed is. De jongeren acteerden veel beter dan ik verwacht had, sommigen waren nog maar 10 jaar.

Toen ze alles op de radio hadden getoond, namen ze ons mee naar de markt van Lokossa.
We hadden dus per persoon een paar privégidsen die ons rondleidden. Het was snikheet, maar heel leuk. Kleurrijke stofjes, een voodookraam met enge opgezette beesten, groenten en kruiden waar ik de naam niet van kan uitspreken...

Eén van de jongeren van de radiozender, Casimir, vertelde me alles over de muziek en het theater van Benin. Toen ik vroeg wat hij over België wou weten was zijn enige vraag: “Bestaat Spiderman bij jullie echt, want mijn zus zegt dat het maar een acteur is.” Ik heb hem moeten teleurstellen en toegegeven dat het maar een acteur is en dat die kunstjes allemaal computergestuurd zijn.

We gingen terug naar de radiozender, daar werden we geïnterviewd door de jongeren op de radio.
De radiozender is materieel minder geëquipeerd, maar ik vond dat de jongeren de intro’s en de interviews bijzonder professioneel deden. Mensen hebben snel vooroordelen dat het allemaal heel amateuristisch te werk gaat als ze jongeren iets laten doen, maar dit bewijst dat dat helemaal niet zo is.

De volgende stop was veel minder vrolijk. We bezochten een dorp dat erg getroffen was door overstromingen de voorbije winter. De overstroming blijkt elk jaar opnieuw te komen. Er is amper geld om de renovaties te betalen. Ze willen nu een dam bouwen, maar het probleem zit hem weer bij de kosten daarvan. Sommige huizen stonden er nog verwoest bij, anderen waren gedeeltelijk terug opgebouwd.De wederopbouw ging niet snel, dat kunnen we wel vaststellen.
De dorpsbewoners slapen momenteel in tenten die ze van het Rode Kruis gekregen hebben, soms met één groot gezin van 18 personen in één tent.

Deze dag heeft mijn ogen weeral wat meer opengemaakt, wat zijn wij westerlingen toch een zeurpieten.

Vrijdag 22 april

Vrouwen aan de top

Veel mannen hebben we vandaag niet gezien. Ons eerste project was een boerinnenorganisatie. De vrouwen werken op het veld werken en verkopen daarna de teelt op de markt. De moeder van Léon (een lid van het jongerencomité) zit ook in deze organisatie. Volgens mij hadden sommige mensen in het dorp nog nooit een blanke gezien, want ze keken ons heel nieuwsgierig aan.
Eén van de boerinnen vertelde dat ze van kinds af aan op het platteland heeft gewerkt en dus nooit de kans heeft gehad om naar school te gaan. Die kans geeft ze nu aan al haar kinderen.

Het volgende en tevens laatste project was een vereniging van vrouwen die pleiten voor de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Ze straalden enorm veel kracht uit, volgens mij overtuigen zij in een paar minuten een heel dorpsplein.
Ik ben heel blij te zien dat de vrouwen hier al heel veel voor het zeggen hebben. Het is helemaal nog niet optimaal, maar ze gaan vooruit, super!

Dat was het dus qua projecten. We reden terug naar Cotonou om daar morgen ons vliegtuig te nemen. Onderweg zagen we een vrachtwagen liggen naast de weg en beseften we dat we die ook hadden zien liggen toen we van Cotonou kwamen. Die lag daar dus al een week. Er stond nu een tentje naast met 2 mannen erin, de chauffeurs. Ze vertelden ons dat ze van Niger komen en dat er een takelwagen is gestuurd. Die wachten dus al een week op hun takelwagen!
Wat een engelengeduld hebben ze hier toch.

Zaterdag 23 april

How to survive as a tourist

Vandaag gingen we voor we ons vliegtuig namen nog even Cotonou bezichtigen. Maar deze keer in de rol van een toerist. Het was leuk, maar ik weet één ding zeker: ik wil nooit meer als toerist rondlopen in Afrika.
We bezochten met een bootje en een gids een dorp van paalwoningen op het water. Het enige gesprek dat je hier met de lokale bevolking kon voeren was of ik mijn balpen of geld aan hen wilde afgeven. Op zich is een balpen missen geen probleem, maar als je het aan één persoon geeft willen ze allemaal een balpen. Het waren wel heel mooie beelden, al die vissers op het water.

Daarna bezochten we de markt van Cotonou: de grootste markt van heel Afrika. Wat een gekte!
De verkopers waren hier (in vergelijking met de markt van Lokossa) niet erg vriendelijk en het was een veel te grote drukte.

Dan kwam het punt waar we helemaal niet naar uitkeken: hup, het vliegtuig richting België op.
Het flitsende, 'faste' België. België met al die zeurpieten over de internetverbinding die te traag gaat en de bus die 5 minuten te laat is.

Maar ik heb sommige Belgische zeurpieten ook wel gemist en zal heel blij zijn hen terug te zien om al mijn belevenissen te vertellen.





Zoeken


Taalkeuze


generic_basket

Elk kind telt.

Plan Belgique © copyright 2008 Plan België Webdesign by Marlon Top